,,Als je creatief wilt zijn, zet deze hardnekkige mythe dan aan de kant”

,,Het is een groot misverstand dat creativiteit, of originaliteit ‘iets’ uit ‘niets’ creëren is.”

Ruben Jacobs verwoordt precies en compact de visie van Marjan Smit. Deze visie ligt ten grondslag van alle vakopleidingen, lessen, coaching en workshops.

Ruben Jacobs, Cultuursocioloog

 

Er zijn veel misverstanden en mythes over wat creativiteit nu precies is. Als docent aan een kunstacademie, maar ook daarbuiten, kom ik deze veelvuldig tegen. Eén mythe torent daar mijlenver bovenuit. De gedachte dat creativiteit, of originaliteit (die woorden worden altijd in één adem uitgesproken) iets uit niets creëren is. Een spontane opwelling, goddelijke inspiratie. Eureka!

Deze notie van creativiteit, als een spontane opwelling en tevens een expressie van individuele genialiteit, is sterk verbonden met ons beeld van de kunstenaar als eenzaam genie. Een cliché van jewelste, maar wel een hardnekkige (zelfs nog onder kunstenaars). ‘De aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’, zo beschreef dichter Willem Kloos kunst ooit. Een gedachte die nog steeds bij velen op instemming kan rekenen.

Mijn studenten lopen vaak stuk op de gedachte dat ze ‘origineel’ moeten zijn (docenten zeggen dat meestal niet letterlijk, maar studenten ervaren de druk wel), en dat dit woord zoiets betekent als ‘tover iets nieuws op de wereld’. Creaties moeten immers ‘uniek’, ‘oorspronkelijk’, ‘authentiek’, ‘oprecht’ of ‘eigen’ zijn; woorden die impliceren dat creatie een solitaire aangelegenheid is, een expressie van het ‘zelf’. Maar waar komen ideeën of ingevingen eigenlijk vandaan? Een afgesloten brein, een unieke kern? Is dat werkelijk het geval?

Dichter Gerrit Komrij schreef ooit:

‘De grootste kunstenaar reproduceert. Zelfs ideeën die ons door nieuwheid het meest schokken, schilderijen die uit het niets lijken opgedoken, waren al in de geest en de materie van de wereld aanwezig. Sluimerend, fragmentarisch, en er waren heksenmeesters voor nodig om ze te wekken of te herkennen, maar toch.’

Die geest en materie van de wereld, waar Komrij het over heeft, is omvangrijker dan we denken en gaat veel verder dan alleen onze menselijke cultuur. Neem nu eens de beroemde architect Antoni Gaudí. Gaudí ging de geschiedenis in als ‘geniale gek’, maar hij was eerder een meester in de creatieve imitatie. Zo liet hij zich bijvoorbeeld voor zijn meesterwerk La Sagrada Familia niet inspireren door zijn eigen zielenroerselen, maar door een termietenheuvel. Zijn creatie was in feite niet nieuw, maar eerder een briljante (dat wel) ode aan een al veel oudere diergemeenschap: het insectenrijk. Gaudi aapte de creatie van een andere diersoort na, maakte het zich eigen, en introduceerde deze in de menswereld. Hij keek waar niemand keek.

Creativiteit is in essentie helemaal geen individueel of innerlijk fenomeen, maar eerder een wereldgericht, sociaal en zelfs evolutionair principe. Want de tweede grote redenatiefout die we telkens maken, is te denken dat creativiteit iets menselijks is. De mens is een schepper, de rest van het leven een reproductiemachine. Dat is een behoorlijke naïeve en arrogante gedachte. Wie zich een beetje verdiept in de biologie zal zien dat een dergelijk idee niet opgaat.

Evolutionair biologen gebruiken bijvoorbeeld de term expatiation om het fenomeen te beschrijven waar een eigenschap die oorspronkelijk voor een specifiek doel is ontwikkeld, uiteindelijk op een heel andere manier wordt gebruikt. Zo dienden veren in eerste instantie voor het reguleren van lichaamstemperatuur, maar werden ze naar verloop van tijd als vleugels gebruikt om mee te kunnen vliegen. Eenzelfde soort principe zie je terug in de mensenwereld. Het internet werd ooit ontwikkeld voor wetenschappers, maar werd gaandeweg ook gebruikt voor sociale netwerken, porno en shoppen.

Over het WWW gesproken. Ooit gehoord van het Wood Wide Web? Bomen, zo blijkt uit biologisch onderzoek, hebben het internet al veel eerder uitgevonden. Via een schimmel op hun wortels genaamd ‘Mycorrhiza’ (een soort schimmeldraad) transporteren ze grote hoeveelheden koolstof door een ondergronds netwerk. Ze kunnen daardoor ‘communiceren’ en allerlei substanties, zoals water, mineralen en CO2, met elkaar uitwisselen. Biologen denken zelfs dat oude boomstronkjes in leven worden gehouden om daarmee honderden jaren aan genetisch materiaal en klimatologische informatie, die in de oude boom ligt opgeslagen, voor het ecosysteem te bewaren.

De mens is een levensbibliotheek vol met genetisch materiaal, kennis, culturele ideeën en lichamelijke ervaringen. Creativiteit is het aansluiten van deze persoonlijke bibliotheek op een veel groter netwerk aan openbare bibliotheken vol met materie en (cultureel) bewustzijn. En dat gaat niet zomaar vanzelf, daar is training voor nodig.

En dat is wellicht het geheim van de grote kunstenaar, wetenschapper of filosoof: hij voegt niet iets nieuws aan de wereld toe, nee, hij laat ons met nieuwe ogen naar diezelfde wereld kijken. Hij zet de deur van de werkelijkheid ‘simpelweg’ op een andere plek open.

Bron: Brainwash, podium voor verrassende ideeën
Zie ook de site van Ruben Jacobs.
En zijn bijdragen aan Brainwash.